De afgelopen dagen maakte ik driemaal een foto van dezelfde roos.



Beeld van vergankelijkheid…
Of mogen we er het tegenovergestelde in zien? Waren de bladeren inderdaad verpakking? Was de schoonheid geen doel in zichzelf, maar een tijdelijke fase, meer een middel? Wordt het – weliswaar mooie – cadeaupapier van de bloem afgehaald, en komt er iets aan het licht, waar het werkelijk om gaat?
De vrucht, het diepe doel van deze bloem?
Kijk eens goed naar wat er in het hart van deze bloem voor kostbaars begint te verschijnen.
Deze beelden roepen vragen op.
Hoe denken wij eigenlijk over schoonheid en bloei?
Doel in zichzelf, dat voor altijd behouden moet blijven?
En hoe staan we tegenover ouderdom?
Een liefst te vermijden periode van aftakeling?
Of juist ook doel: een tijd van oogst en vruchten?
Psalm 92 (berijmd, vers 7b en 8) zingt het zo:
Die in Gods huis geplant zijn, zij bloeien in Gods licht
als palmen opgericht, hun lot zal in zijn hand zijn.
Zij zullen vruchten dragen, voor ’s Heren heiligdom
tot in hun ouderdom, tot in hun grijze dagen.
Welsprekend is hun leven: God is hun heil, hun rots!
Ik loof de daden Gods, zijn recht is hoog verheven.